Van de week was ik bezig met een grote opruim- en voorraadschoonmaak. Zo’n klus waarvan je denkt dat je hem even doet, maar waarbij je uiteindelijk allerlei spullen tegenkomt waar je vervolgens veel te lang naar blijft kijken.
Dat gebeurde dus ook toen ik een doos met oude camera’s tegenkwam.
Voor ik het wist zat ik op de grond tussen allemaal camera’s waarvan ik sommige al jaren niet meer had vastgehad.
En toen besefte ik me eigenlijk dat fotografie al veel langer onderdeel van mijn leven is dan de meeste mensen weten.
De Pentax die op de foto ligt, kreeg ik van mijn vader toen ik een jaar of 9 was. Dat was mijn eerste echte camera. Vanaf dat moment vond ik alles interessant wat met fotografie te maken had. Ik fotografeerde mijn poppen, vakanties, familie-uitjes en eigenlijk alles wat ik leuk of bijzonder vond.
Daarna kwamen er meer camera’s. Een Kodak Disc-camera bijvoorbeeld. Voor de mensen die oud genoeg zijn om die nog te kennen: daar ging geen gewoon filmrolletje in, maar een soort schijfje. Destijds was dat behoorlijk modern. Ook had ik een Hanimex met een losse flitser erbovenop. Ik vond dat toen geweldig.
Wat me opviel toen ik ze weer in handen had, was hoe anders fotograferen vroeger eigenlijk was.
Tegenwoordig maken we zonder nadenken tientallen foto’s van hetzelfde onderwerp. We kijken direct terug op het scherm en verwijderen wat niet gelukt is.
Vroeger werkte dat heel anders.
Een rolletje had maar een beperkt aantal foto’s. Daarna moest het ontwikkeld worden en pas dan zag je wat eruit gekomen was. En omdat zowel het rolletje als het ontwikkelen geld kostte, dacht je veel beter na voordat je afdrukte.
Misschien heb ik daar wel geleerd om eerst te kijken en daarna pas een foto te maken.
Pas jaren later, toen we naar Londen verhuisden, kwam de digitale fotografie langzaam op. Ook dat was nog een totaal andere wereld dan nu. Geheugenkaartjes waren klein, opslag was duur en de kwaliteit was nog niet te vergelijken met wat we tegenwoordig gewend zijn. Toch vond ik het fascinerend om die overgang mee te maken.
Wat ik toen nog niet wist, was dat die camera uiteindelijk altijd een onderdeel van mijn leven zou blijven. Niet omdat ik ervan droomde om fotograaf te worden. Dat helemaal niet. Als iemand mij toen had verteld dat ik later dierenfotograaf zou worden, had ik hem waarschijnlijk uitgelachen.
Maar terwijl ik daar tussen die oude camera’s zat, zag ik wel dat de basis eigenlijk al vroeg gelegd was.
Niet zozeer de fotografie zelf, maar het bewaren van herinneringen.
Blijkbaar vond ik het als kind al belangrijk om momenten vast te leggen waarvan ik dacht: die wil ik later nog eens terugzien.
En als ik eerlijk ben, is dat eigenlijk precies wat ik nu nog steeds doe.
Allee zijn de poppen inmiddels vervangen door honden, paarden en hun mensen.

